Eindelijk is het zover, het moment waar wij al ruim een jaar naartoe hebben gewerkt. De koffers zijn
ingepakt en zijn al in de auto geladen. Pascalle en ik kijken elkaar vol spanning aan en bidden samen nog
voor de vlucht, ons verblijf, de reis en Jake’s verblijf bij onze ouders.
Bijna 24 uur later zijn we dan eindelijk daar, Tanzania.. het land waar wij al ruim een jaar naartoe
hebben geleefd. Het was niet exact het beeld wat ik van Afrika had omdat het regende, koud was en
bewolkt. Desalniettemin waren wij allemaal zeer blij om hier eindelijk te mogen zijn.
Nadat we aangekomen waren in het hotel, hadden we een kwartier tot een halfuur om te acclimatiseren
en ons te settelen in de kamers. Een snelle douche en tanden poetsen was wel echt nodig na zo’n
vlucht.
We zitten aan de ontbijttafel(het was 8:00) en we worden geïnformeerd over ons eerste projectbezoek
en huisbezoek.
We reden met de bus naar het project. Ik had net een zware vlucht gehad waar ik vrij ziek was geweest,
echter zei iets tegen mij dat ik dit niet mocht missen. De wegen waren slecht, onverhard en
weggespoeld door de regen maar onze buschauffeur trotseerde het weer en de slechte wegen!
Toen we de laatste straat in reden zagen we aan het einde van de weg het projectgebouw staan. Voor
het projectgebouw stonden alle 300 kinderen buiten, in de regen, ons op te wachten om ons welkom te
heten. Dit voelde heel vreemd voor mij omdat ze mij niet kenden, wie ben ik voor hen? Waarom staan
ze buiten in de regen? Willen ze niet liever binnen op ons wachten waar het droog en warm is? ….Dit
was het eerste moment waar mijn rationele gedachtegang gebroken werd en ik begon te malen in mijn
gedachte…
Vóór ons bevond zich nog een grote uitdaging omdat er een gigantische “plas” met water lag welke zich
strekte over de volledige breedte van de weg, echter was een van de project medewerkers voorbereidt
en kwam ons tegemoet lopen. Deze persoon had regenlaarzen aan en ging door de plas heen lopen om
de diepte te testen. Terwijl ik nog aan het worstelen was in mijn gedachten over die kinderen, kwam bij
mij een nieuw gevoel binnen.. schaamte.. Waarom komt deze man door de drek en viezigheid
heenlopen om onze bus een veilige weg te geven? Als hij het kon lopen, dan konden wij zeker toch ook
wel het laatste stuk lopen? Dit hoefde hij toch niet voor ons te doen? Wederom begreep ik de
beweegreden niet.
De projectmedewerker vond een weg en onze bus ging de uitdaging aan.. met succes!
We stopten recht voor het gebouw en voordat ik nog kon opstaan vanuit mijn stoel, stond Pascalle al
buiten met de eerste twee kinderen in haar armen. Dit was een bepaalde openheid en intimiteit die ik
niet gewend ben met ‘vreemden’. Ik had mijzelf van te voren gezegd dat ik uit mijn comfortzone wilde
stappen, de muren wilde breken en mezelf meer wilde laten leiden door mijn emoties. Door het goede
voorbeeld van Pascalle, kon ook ik naar buiten om te knuffelen met de kinderen en ze te vertellen hoe
blij ik was om hier eindelijk te zijn! De kinderen waren zo enthousiast en oprecht blij om ons te zien, dat
ik niet begreep waarom. Eerst dacht ik dat hun leiders ze wellicht opgedragen hadden om zo blij te zijn
richting ons maar iedereen weet dat kinderen de meest eerlijke mensen op deze wereld zijn. Er werd
hier niets gespeeld, er werd hier niet geacteerd, dit was allemaal oprecht en ik kon er niet bij met mijn
hoofd.
Na een korte “knuffelsessie” mochten we plaats nemen in hun kerkgebouw en kregen we een korte
introductie over wie de pastor daar is en wie de projectmedewerkers zijn. De kinderen zaten verspreid
tussen ons in en hadden weinig oog voor de woordvoerder, ze waren veel te veel gefocust op ons.
Er werd een lied voor ons gezongen en Tiemen deed een introductie over wie wij waren en wat we
kwamen doen, hier werd vooral aangegeven dat ZIJ(de kinderen) de reden zijn waarom wij hier waren.
Tiemen deelde ons op in groepen en stelde ons voor aan de kinderen wiens huizen wij gingen bezoeken.
Ik mocht mee met Beatrice, een 11 jarig meisje die 2 zusjes(Zara en Hanna), 1 broertje(Eric) en beide
ouders nog heeft. We moesten een tijdje met de bus rijden van het Compassion project naar het huisje
van Beatrice. Normaal loopt Beatrice deze afstand altijd.
Eenmaal aangekomen in het midden van de sloppenwijken loopt mijn hoofd even vast wanneer Beatrice
een hutje binnenloopt en het haar huis noemt. We stappen een “hutje” binnen die gemaakt is van zand,
modder, klei, wat houten balken en een tinnen dakje.. het kan niet groter zijn geweest dan 4×4.
Het rook er naar modder en afval, er was geen licht en ik voelde me heel vies hier binnen. Er stonden
twee bedden in een L-vorm tegen elkaar en hierop zaten Beatrice d’r zusjes en broertje te spelen. Op de
grond lagen kranten en de grond was modderig van de regen die naar was gelopen. Er hing een touw
dwars door de kamer heen waar ze hun was op droogte, dit fungeerde ook als een soort gordijn. Alles
was vies, alles was donker en het was er zeer kil. Buiten zagen we allemaal grote modderblokken liggen
als resultaat van een soortgelijk huisje die ingestort was… ik dacht alleen maar.. wat als het gebeurt en
Beatrice en haar familie zitten nog binnen? Wat dan?
Op dit moment werd het me allemaal een beetje te veel, ik bedoel, ik wist dat de armoede erg zou zijn
maar dit is niet wat ik had verwacht. Er kwam een gevoel van hopeloosheid over mij heen, ik voelde me
verslagen.. verslagen door de armoede, verslagen door de vijand. Wat deed ik hier nou? Dacht ik nou
echt dat mijn actie het probleem hier wel ff zou oplossen? Deze problemen waren allemaal zoooveeeel
groter dan ik ooit had gedacht en ik kon het licht even niet zien.. ik zag alleen maar die verdrietige, sippe
gezichtjes van Beatrice en haar zusjes en broertje voor me.. … of… of zag ik dit niet goed? Ik opende
mijn ogen en begon op te letten op wat ik zag, het was alsof ik uit mijn gedachte gehaald werd en God
zei “kijk eens goed rond”. Ik zag geen verdrietige, sippe gezichtjes maar juist vrolijke spelende kinderen
die aan het lachen waren.. lachen hoe wij eruitzagen, lachen om de vragen die we stelden, lachen om de
cadeautjes die we bij ons hadden. Ik had nog nooit zo snel een pak stroopwafels zien verdwijnen en ik
merkte dat ik blij werd, blij om hier te zijn en blij om die prachtige lach op hun gezichtjes te zien. Ik kon
hun blijdschap niet begrijpen en kwam erachter dat dit een tekortkoming was van mijzelf en dat de
muren van mijn gedachtes moesten afbreken om te kunnen begrijpen wat hier gebeurde…. We waren
nog maar een paar uur in Tanzania en ik had nu al een les geleerd die ik voor de rest van mijn leven niet
zal vergeten.
De moeder van Beatrice kwam even later aan en haar stelden we de vraag waar ze dankbaar voor was.
Ze gaf aan dat ze heel dankbaar was voor het Compassion project en dat haar dochter daarin was
opgenomen, ze was dankbaar voor mensen zoals ons(sponsors) omdat wij Beatrice iets konden geven
wat ze zelf niet kon voorzien. Alles wat Beatrice leert op het project, neemt ze mee naar huis en leert ze
aan haar gezinsleden inclusief haar ouders. Ze gaf aan dat ze zelf tot groep 7 naar school was gegaan en
dat ze daarna gedwongen was om te werken in de fabriek. Het was best heftig om te horen dat een
meisje van 11 haar moeder les kon geven over het leven en educatie.
Ik wist dat Compassion de kinderen te eten gaf, kleding gaf en bijscholing gaf… ik wist echter niet dat
Compassion zo’n grote invloed had op een heel gezin en dat vooral de geestelijke voeding het geen was
waar ze het meest aan hadden. Het was me al wel duidelijk dat ik alle verwachtingspatronen, die ik van
te voren had bedacht, uit het raam kon gooien.
We gaven Beatrice de cadeaus en haar moeder overhandigden we een voedsel pakket wat bestond uit
zakken rijst, zout en flessen olie voor haar hele gezin.
Eenmaal terug bij het project aangekomen kwamen we aan bij een feest waar gedanst en gezongen
werd. Meerdere van onze groep stonden in het midden te dansen en ook mijn groepje haastte zich om
mee te kunnen doen. Ik was apart gaan zitten om even te verwerken wat ik zojuist allemaal gezien had
en een antwoord te zoeken op al mijn vragen. Toen ik hier zat kwamen twee meisjes bij mij zitten en
begonnen me vragen te stellen, ze waren geïnteresseerd in ons en gaven meerdere malen aan hoe blij
ze waren met onze aanwezigheid. Terwijl ik aan het rondkijken was zag ik kinderen dansen, zingen,
lachen, gek doen, springen, rennen en alles wat een vrolijk blij kind behoort te doen.
Dit was het moment dat God de puzzelstukjes in elkaar zette in mijn hoofd.
Liefde en dankbaarheid, simpele maar pure liefde en oprechte dankbaarheid.. Dat zijn de redenen
waarom die kinderen buiten op ons wachtten, dat zijn de redenen waarom de projectmedewerker ons
niet wilde laten lopen, dat zijn de redenen waarom die kinderen ons om de nek vlogen bij aankomst en
dat zijn de redenen waarom ze nu aan het feesten waren met ons. Ze waren dankbaar voor wat wij
kwamen doen en lieten dit zien door hun liefde te tonen in de vorm van knuffelen, dansen en zingen.
God liet me doen realiseren dat Compassion, in Jezus naam, de hoop heeft teruggebracht in de
uitzichtloze levens van deze kinderen en dat wij hier een onderdeel van mogen zijn!

Terwijl ik me dit realiseer, lopen er een paar tranen over mijn wangen en sta ik op om mee te mogen
feesten tussen de kinderen…..